Hoe gebruik je de kwadratische formule
Voer de drie coëfficiënten a, b en c van je vergelijking in de vorm ax² + bx + c = 0 in. De rekenmachine past de kwadratische formule x = (−b ± √(b² − 4ac)) / (2a) toe en toont alle wortels. Als de discriminant (b² − 4ac) positief is, zijn er twee reële wortels. Als hij gelijk is aan nul, is er één herhaalde wortel. Als hij negatief is, zijn de wortels complex geconjugeerd.
Referentie kwadratische formule
x = (−b ± √(b² − 4ac)) / (2a). Discriminant D = b² − 4ac: D > 0 → twee reële wortels; D = 0 → één reële wortel (herhaald); D < 0 → twee complexe wortels. De som van de wortels is −b/a en het product is c/a (formules van Vieta).
Veelgestelde vragen
Wat als a nul is?
Als a = 0 wordt de vergelijking lineair (bx + c = 0), niet kwadratisch. De kwadratische formule is dan niet van toepassing — de oplossing is eenvoudig x = −c/b.
Wat zijn complexe wortels?
Wanneer de discriminant negatief is, zijn er geen reële oplossingen. De wortels zijn complexe getallen van de vorm p ± qi, waarbij i de imaginaire eenheid is (√−1). Ze komen altijd voor als geconjugeerde paren.